Factsheet – Het belang van het meten van cholesterol

Factsheet – Het belang van het meten van cholesterol

Een hoog cholesterolgehalte? Goed en slecht cholesterol? Meten? En wat meet je dan precies? In dit artikel gaan we dieper in op cholesterol, en vooral op het meten ervan. Want meten is belangrijk. Cholesterol – en dan uiteraard een te hoog cholesterol – is namelijk een indicator voor hart- en vaatziekten. Door te meten kan je preventieve actie ondernemen.

Wat is cholesterol?

Cholesterol is een vetachtig stofje dat in ons lichaam voorkomt in kleine bolletjes. Het grootste deel wordt aangemaakt in je lever. Vaak is dit precies genoeg voor wat je lichaam nodig heeft. Ook via voeding krijg je cholesterol binnen via verzadigd vet. De hoeveelheid cholesterol die de lever aanmaakt, wordt beïnvloed door levensstijl. Zo zijn naast teveel verzadigd vet eten ook roken en weinig beweging factoren die het evenwicht kunnen verstoren. Er spelen ook erfelijke factoren een rol. Zo heeft bijvoorbeeld 1 op de 300 mensen aanleg voor een verhoogd LDL-cholesterolgehalte.

Een hoog cholesterolgehalte voel je niet maar het vergroot wel de kans op hart- en vaatziekten. Het moet dus gemeten worden om aan te tonen. En dit gebeurt aan de hand van bloed. In dat bloed wordt dan gekeken naar in ieder geval het totaalcholesterol, maar ook naar de verhouding van HDL-cholesterol (high-density lipoprotein), LDL-cholesterol (low-density lipoprotein) en triglyceriden.

Soorten cholesterol

In eerste instantie wordt vaak gekeken naar totaalcholesterol. Maar totaalcholesterol is opgebouwd uit HDL en LDL. En dan is er ook nog triglyceriden.

  • LDL: Ook wel slecht cholesterol genoemd. Bij een hoog LDL-cholesterol heb je meer kans hebt op vernauwingen in je slagaders. De LDL-deeltjes hopen zich op in de bloedvaten.
  • HDL: Goed cholesterol. Het HDL-cholesterol helpt bij het opruimen van cholesterol in het bloed.
  • Triglyceriden: Hoge waarden van triglyceriden dragen bij aan het ontstaan van slagaderverkalking. Maar het effect is minder duidelijk dan bij LDL-cholesterol.

Meten

De meest gebruikelijke methode om cholesterol te meten, is door middel van een veneuze bloedafname. Een zorgverlener neemt een bloedmonster vanuit een ader in je arm. Het monster wordt vervolgens naar een laboratorium gestuurd, waar het cholesterolgehalte en andere relevante waarden worden geanalyseerd. Er wordt dan vaak getest op alles. Dus op totaalcholesterol, HDL, LDL en triglyceriden.

Steeds vaker wordt ook thuis gemeten. Het meten doet dan denken aan een glucosemeting zoals diabetici doen. Veneus bloed is thuis niet af te nemen. Bloedafname gaat dan met een vingerprikje. Het nadeel is dat hier relatief weinig bloed bij vrijkomt en er met sommige meters alleen op totaalcholesterol wordt getest. Dus niet los op HDL, LDL en triglyceriden. Het voordeel is uiteraard wel dat thuismeten makkelijker is en het is in praktijk eerder en vaker wordt gedaan. Het is praktischer om driemaandelijks een keertje thuis te meten, dan dat je er steeds voor naar de huisarts moet. Zeker als er geen indicatie is. Preventief meten is (helaas) toch nog iets wat vaak op eigen initiatief moet gebeuren.

Uitslag meting

Totaalcholesterol is al het cholesterol in het bloed bij elkaar opgeteld: HDL + LDL.

Als totaalcholesterol onder de 5 mmol/l uitkomt, is dit goed. Tussen de 5 en 6,5 betekent een licht verhoogd cholesterolgehalte. Tussen de 6,5 en 8 spreken we van verhoogd. En boven de 8 mmol/l betekent sterk verhoogd.

Worden ook HDL en LDL gedetecteerd, dan kunnen de waarden als volgt worden geïnterpreteerd:

  • LDL-cholesterol onder de 3 is over het algemeen goed. Maar dit is wel afhankelijk van leeftijd en risicofactoren. Bij mensen met erfelijke risicofactoren kunnen lagere streefwaarden gelden.
  • HDL-cholesterol is idealiter hoger dan 1. Onder de 1 spreken we van verhoogd risico.
  • Bij triglyceriden wijst een waarde lager dan 2 op een lager risico.

Uiteraard helpt een huisarts bij het interpreteren van de uitslagen. Wanneer je zelf thuis meet is het zaak om goed te kijken naar het totaal en eventuele losse resultaten. Let ook op de meeteenheid. In Nederland meten we in mmol/L. In veel andere landen meet men in mg/dl, bijvoorbeeld in België. Een meting in mg/dl kent veel hogere waarden!

Vanaf welke leeftijd meten?

Vaak wordt geadviseerd om vanaf je 50ste het cholesterolgehalte in de gaten te gaan houden. Dit geldt voor mensen die zich niet in een risicogroep bevinden. Je kunt dan eens in de 5 jaar het cholesterol laten meten en vanaf 65 jaar is het verstandig dit jaarlijks te doen.

Meten heeft verder ook zin als je jonger dan 50 bent en bijvoorbeeld erfelijke factoren een rol spelen. Of wanneer hart- en vaatziekten in je familie voorkomen. Natuurlijk heeft meten ook zin bij roken of overgewicht. Ongeacht de leeftijd.

Meten = weten. Het klinkt misschien al wat cliché maar het blijft de waarheid. Alleen bij meten krijg je inzicht. En soms blijkt dat inzicht erg waardevol. Ook zal meten de eerste aanzet zijn om levensstijl aan te passen. Bijvoorbeeld bij een uitslag 6,5 (totaalcholesterol) kan besloten worden iets minder verzadigde vetten te eten. Na een 6 maanden kan opnieuw gemeten worden en gezien worden wat het effect is.

Auteurs: Sebas Eikholt en Marjolein Aarts

Bronnen:

https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/cholesterol.aspx

https://diabetesmagazijn.nl/zelf-cholesterol-meten-hoe-werkt-het/

https://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/cholesterol/meting

https://www.hartstichting.nl/oorzaken/cholesterol/cholesterol-meten

Datum: 15-07-2023